ZIERIKZEE - Je leent er geen boek, maar gaat in gesprek met vluchtelingen die proberen voor jou een open boek te zijn.
VluchtelingenWerk presenteert vandaag tijdens het open huis in het Ondernemers Atelier aan het Calandplein in Zierikzee de 'mensenbieb'. VluchtelingenWerk wil informatie verschaffen door mensen over zichzelf en hun achtergrond te laten vertellen en heeft daartoe vluchtelingen uit Somalië, Iran, Jamaica, Irak en Azerbeidjaan bereid gevonden. VluchtelingenWerk ziet de mensenbieb als een prachtige, ludieke en ontspannen manier om vooroordelen aan de kaak te stellen. Bezoekers zijn welkom van 12.00 tot 15.00 uur.zondag 5 februari 2012
Birmese vluchtelingen in dubio
VLUCHTELINGENKAMP MAE LA - De predikant staat voor meer dan driehonderd jonge Birmese vluchtelingen die in een verweerde kerk in de Thaise jungle bijeen zijn voor het ochtendgebed.
”Er is een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede. Drieënzestig jaar is lang genoeg om te moorden. Ik hoop jullie allemaal snel te zien in ons prachtige land”, zegt de predikant, Simon Htoo. Een paar maanden geleden zou hij dergelijke opgewekte woorden waarschijnlijk niet hebben gesproken, maar verrassend snelle hervormingen en bestanden die in Myanmar in de maak zijn bieden uitzicht op de terugkeer van een van de grootste groepen vluchtelingen ter wereld: Ze vormen een van de minst bekende diaspora uit de recente geschiedenis, bestaande uit een keur van etnische en religieuze groepen. Onderdrukking van andersdenkenden en wrede militaire campagnes tegen minderheden hebben de Birmezen op de vlucht gejaagd.
In sommige delen van het land gaan het geweld en de mensenrechtenschendingen door en zelfs als dat niet zo zou zijn zouden veel vluchtelingen aarzelen om terug te keren. Tientallen jaren van haat, achterdocht en misleiding zijn niet zo maar uitgewist.
Een van de etnische groepen, de Karen, probeert zich door middel van een strijd voor grotere autonomie al 62 jaar te ontworstelen aan de opeenvolgende militaire regimes. De Kachin pakten de wapens pas vorig jaar op.
”Het is heel makkelijk om een staakt-het-vuren te sluiten, dat kun je in een paar minuten doen, maar om het uit te voeren is een andere zaak. Dat hangt niet af van de glimlachen op hun gezicht, maar van hun oprechtheid. Misschien is het een nieuwe truc”, zegt Htoo, een doopsgezinde Karen-predikant, na afloop van de dienst in het Thaise kamp, dat meer dan vijftigduizend vluchtelingen herbergt.
Behalve in Thailand verblijven er vluchtelingen in Bangladesh, India, Maleisië en China. Hun leefomstandigheden lopen enorm uiteen. In Bangladesh verkeren vierhonderdduizend illegale Rohingya, een islamitische minderheid, in stinkende kampen in erbarmelijke omstandigheden. Anderen wonen in een reeks goed uitgeruste, door de Verenigde Naties erkende kampen langs de Thaise grens. De vluchtelingen wonen daar al drie generaties en velen kennen geen ander bestaan.
De meesten zouden terugkeren naar grensgebieden waar de dorpen met de grond gelijk zijn gemaakt, de bevolking is getraumatiseerd en die vol mijnenvelden liggen. Het zijn de armste gebieden van Myanmar, op zijn beurt een van de armste landen ter wereld. De internationale gemeenschap staat te klappen voor de veranderingen die in het land gaande zijn, wat bij veel vluchtelingen de angst heeft doen ontstaan dat de druk voor hen om terug te keren voor de omstandigheden daar rijp voor zijn toeneemt.
”De mensen in de vluchtelingenkampen moeten kunnen kiezen of ze teruggaan naar huis, in Thailand blijven of zich in een ander land vestigen. We vertrouwen de Birmese politiek niet, omdat het allemaal nog onduidelijk is”, zegt Cynthia Maung, een arts die door de vluchtelingen de Birmese Moeder Theresa wordt genoemd. In haar kliniek aan de Thaise grens zijn duizenden vluchtelingen behandeld. “Niemand gaat nu terug”, zegt ze.
Hoewel hulporganisaties en vertegenwoordigers van de vluchtelingen voorzichtig praten over eventuele repatriëring, vluchten nog elke maand grofweg duizend Birmezen naar Thailand, zegt Jack Dunford. Hij staat aan het hoofd van een organisatie die voedsel en andere benodigdheden aan de Thaise kampen levert.
Thailand zegt geen vluchtelingen terug te zullen sturen tot de situatie in Myanmar veilig is. “Er is geen tijdschema opgesteld voor hun terugkeer”, zegt Thani Thongphakdi van het ministerie van buitenlandse zaken.
Maar in Bangladesh worden meer dan honderdduizend vluchtelingen voorbereid op hun repatriëring en over de terugkeer van de rest wordt met Myanmar onderhandeld.
”We proberen de vluchtelingen ertoe te zetten om terug te keren naar huis, omdat we geloven dat de mensenrechtensituatie is verbeterd”, zegt Firoz Salahuddin, een ambtenaar die de leiding heeft over de repatriëring. “Maar dat is een moeilijke klus. De vluchtelingen zijn nog altijd bang en hebben veel overreding nodig.”
Zij die daarvoor in aanmerking komen kunnen zich in andere landen vestigen. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie hebben andere landen sinds 2005 114 duizend Birmese vluchtelingen opgenomen. Negentigduizend van hen zijn in de Verenigde Staten terechtgekomen, de rest in twaalf andere landen, waaronder Australië, Canada, Zweden en Japan. Dit jaar zullen maximaal achttienduizend vluchtelingen in derde landen worden gevestigd.
De VS zijn van plan zowel de vluchtelingen te blijven helpen als de hulp aan Myanmar op te voeren, als de hervormingen worden voortgezet. Andere donors die zich enthousiast hebben getoond over de recente veranderingen, met name de Europese Unie, verleggen hun aandacht en hulp echter naar Myanmar zelf en dat merken de vluchtelingen.
Dunford zegt dat de voedselhulp dit jaar verder verlaagd zal moeten worden naar ‘een kritieke’ 1650 calorieën per persoon, ruim onder het door de Wereldgezondheidsorganisatie vastgestelde dagelijkse minimum van 2100 voor een volwassene. Ook zal er minder bamboe, waarmee hutten worden gebouwd, worden geleverd en gaan de salarissen van onderwijzers in de kampen omlaag.
In kampen als Mae La worden de ontwikkelingen in Myanmar op de voet gevolgd, met een mengeling van hoop, angst, achterdocht en aarzeling.
”Ik wil terug naar mijn land, maar nu nog niet. In de steden zijn misschien veranderingen gaande, maar niet in de provincie”, zegt May Soe, die naar Thailand vluchtte nadat Burmese soldaten haar vader om het leven hadden gebracht en vrouwen in haar dorp hadden verkracht. De verleiding was groot om haar broer achterna te reizen naar de VS, maar de 41-jarige arts besloot op de kinderafdeling van de kliniek van dokter Cynthia te blijven werken.
Anderen, zoals de 36-jarige onderwijzer Saw Wado zijn klaar om terug te keren en te helpen bij de wederopbouw van hun land.
”We hebben zo lang zo’n karig bestaan geleid dat we niet bang zijn om terug te gaan naar huis”, zegt hij.
In de Zorgvilla, een opvanghuis in het kamp voor de zwaarst gehandicapten, zingt een groep jonge mannen die blind zijn geworden of ledematen zijn kwijtgeraakt door landmijnen vol enthousiasme een hymne.
”We weten niet wat morgen zal brengen, wat de toekomst voor ons in petto heeft, maar God zal ons de weg wijzen”, zingen ze meerstemmig en zuiver.
Half miljoen nieuwe vluchtelingen in Congo
(archieffoto) © afp
In het oosten van de Democratische Republiek Congo hebben 500.000 mensen hun huizen ontvlucht. Dat meldt de VN-radio Okapi op basis van getuigenissen van humanitaite hulpverleners.Noord- en Zuid-Kivu zijn sinds vorig jaar het toneel van confrontaties tussen het Congolese leger en lokale en buitenlandse milities, en van geweld tussen de milities onderling. (belga/edp)
Boodschappendozen sparen voor Vluchtelingen in Linschoten en Montfoort.
T/m 11 februari krijgt u bij de Golff spaarzegels voor een Boodschappenpakket; t/m 18 februari kunt u de volle zegelkaarten inleveren bij de Golff.
Heeft u nog zegels (of incomplete zegelkaarten)over? Alweer voor het 5e jaar kunt u de zegels en kaarten, die u zelf niet gebruikt, een goede bestemming geven. U kunt de zegels en kaarten in het blikje doen bij Golff Supermarkt, op de plank onder het mededelingenbord.
U kunt ze ook tot 18 februari in de bus doen bij ondergetekende op de Nieuwe Zandweg 6a te Linschoten.
De Boodschappenpakketten zijn bestemd voor vluchtelingen, die in Linschoten en Montfoort wonen en die ze heel goed kunnen gebruiken.
Alvast bedankt.
St. Noodfonds VluchtelingenWerk Montfoort-Linschoten,
Gusta de Jong-Bakker (tel. 0348 - 41 62 65).
Heeft u nog zegels (of incomplete zegelkaarten)over? Alweer voor het 5e jaar kunt u de zegels en kaarten, die u zelf niet gebruikt, een goede bestemming geven. U kunt de zegels en kaarten in het blikje doen bij Golff Supermarkt, op de plank onder het mededelingenbord.
U kunt ze ook tot 18 februari in de bus doen bij ondergetekende op de Nieuwe Zandweg 6a te Linschoten.
De Boodschappenpakketten zijn bestemd voor vluchtelingen, die in Linschoten en Montfoort wonen en die ze heel goed kunnen gebruiken.
Alvast bedankt.
St. Noodfonds VluchtelingenWerk Montfoort-Linschoten,
Gusta de Jong-Bakker (tel. 0348 - 41 62 65).
Asielzoeker daagt Iran uit
LUTTELGEEST/DEN HAAG - De Iraanse asielzoeker Masoud Zavary (45) uit het azc Luttelgeest wil van de Iraanse regering de bevestiging dat zijn staatsburgerschap is komen te vervallen.
Vandaag (vrijdag) dient hij daartoe een verzoek in bij de Iraanse ambassade in Den Haag.
Advocaat P.B. Bogaers uit Nieuwegein spreekt van een 'unieke zaak' en over 'een buitengewoon moedige daad'. "Dit is nog nooit voorgekomen. Om dit zo openlijk te doen moet je de moed bezitten van de eerste christenen. Ik verwacht eerlijk gezegd geen reactie van het Iraanse bewind, maar weet wel dat dit verzoek nog dezelfde dag op de agenda van de geheime dienst van dit land zal staan. Want dit vinden ze in Teheran niet leuk."
Tijdens de Irak-Iran oorlog, waarin hij vier jaar vocht, bekeerde Zavary zich tot het christendom. Terug thuis werd hij actief in de ondergrondse kerk, maar door zijn familie, waaronder zijn (voormalige) echtgenote bij de autoriteiten aangegeven. Twintig dagen werd hij gemarteld in de gevangenis. Zijn vader kreeg hem vrij door 30.000 euro te betalen. Zavary zag geen andere mogelijkheid dan naar het buitenland te vluchten.
Inmiddels is hij na negen jaar Nederland uitgeprocedeerd. Kort geleden moest Zavary het azc in Luttelgeest verlaten. De Moriakerk in Emmeloord, waartoe Zavary behoort, onderhoudt hem nu in een stacaravan op het erf van een boerderij ergens in het ijzige polderlandschap.
Volgens advocaat Bogaers zal Zavary als voormalig moslim en christen een terugkeer naar Iran niet overleven. Als hij het verlies van het staatsburgerschap kan aantonen kan een nieuwe asiel-procedure gestart worden. Dat biedt ook perspectief voor andere asielzoekers.
In Iran is er geen scheiding tussen kerk en staat. De islam en het burgerschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. "Daarom heb ik me de vraag gesteld of een Iraanse moslim die zich tot het christendom bekeert ook automatisch het burgerschap van Iran verliest", aldus advocaat Bogaers. "Die vraag is nog nooit eerder officieel gesteld. Iran zegt staat en geloof wel uit elkaar te kunnen zien, maar in de praktijk wordt een tot het christendom bekeerde moslim vogelvrij. Terugkeer naar het land is onmogelijk. Daarom is het des te treuriger dat de Nederland mensen als Zavary wél terug wil sturen."
Advocaat P.B. Bogaers uit Nieuwegein spreekt van een 'unieke zaak' en over 'een buitengewoon moedige daad'. "Dit is nog nooit voorgekomen. Om dit zo openlijk te doen moet je de moed bezitten van de eerste christenen. Ik verwacht eerlijk gezegd geen reactie van het Iraanse bewind, maar weet wel dat dit verzoek nog dezelfde dag op de agenda van de geheime dienst van dit land zal staan. Want dit vinden ze in Teheran niet leuk."
Tijdens de Irak-Iran oorlog, waarin hij vier jaar vocht, bekeerde Zavary zich tot het christendom. Terug thuis werd hij actief in de ondergrondse kerk, maar door zijn familie, waaronder zijn (voormalige) echtgenote bij de autoriteiten aangegeven. Twintig dagen werd hij gemarteld in de gevangenis. Zijn vader kreeg hem vrij door 30.000 euro te betalen. Zavary zag geen andere mogelijkheid dan naar het buitenland te vluchten.
Inmiddels is hij na negen jaar Nederland uitgeprocedeerd. Kort geleden moest Zavary het azc in Luttelgeest verlaten. De Moriakerk in Emmeloord, waartoe Zavary behoort, onderhoudt hem nu in een stacaravan op het erf van een boerderij ergens in het ijzige polderlandschap.
Volgens advocaat Bogaers zal Zavary als voormalig moslim en christen een terugkeer naar Iran niet overleven. Als hij het verlies van het staatsburgerschap kan aantonen kan een nieuwe asiel-procedure gestart worden. Dat biedt ook perspectief voor andere asielzoekers.
In Iran is er geen scheiding tussen kerk en staat. De islam en het burgerschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. "Daarom heb ik me de vraag gesteld of een Iraanse moslim die zich tot het christendom bekeert ook automatisch het burgerschap van Iran verliest", aldus advocaat Bogaers. "Die vraag is nog nooit eerder officieel gesteld. Iran zegt staat en geloof wel uit elkaar te kunnen zien, maar in de praktijk wordt een tot het christendom bekeerde moslim vogelvrij. Terugkeer naar het land is onmogelijk. Daarom is het des te treuriger dat de Nederland mensen als Zavary wél terug wil sturen."
Extra bedden, en toch blijven veel asielzoekers op straat
Pas na een politieke storm en het inschakelen van een taskforce is staatssecretaris Maggie De Block (Open VLD) er in geslaagd in een eerste fase 295 extra bedden te vinden voor asielzoekers en daklozen. Dan is het des te opvallender dat die vaak ongebruikt bleven. 'Veel mensen verstoppen zich uit schrik', zegt De Block.
De staatssecretaris voor Asiel en Migratie is er allerminst in geslaagd om de cijfers die zij en haar kabinet dinsdagavond opdisten ook waar te maken. Er was sprake van 500, 800 of zelfs duizend extra bedden voor dinsdagnacht en de daaropvolgende nachten. Die cijfers werden niet gehaald: De Block creëerde met de hulp van het Rode Kruis en Defensie wel 295 extra plaatsen voor asielzoekers. De komende nachten moeten er wel nog enkele honderden bijkomen (zie hieronder). Als alles goed gaat, want veel eigenaars van de betrokken gebouwen verzetten zich tegen de komst van asielzoekers en daklozen.
Ondertussen kon De Block wel aankondigen dat ze iedereen die dat wou een bed heeft bezorgd. De vraag is namelijk kleiner dan verwacht. Van de 180 bedden in het pand van de Regie der Gebouwen in Molenbeek waren er slechts 105 bezet. Volgens De Block heeft dat te maken met een ingebakken schrik bij asielzoekers. 'Veel mensen verstoppen zich, uit schrik voor registratie', zei ze gisteren. 'Maar we móéten ze wel registreren. Anders weten we bijvoorbeeld niet hoeveel mensen in de Brusselse parken leven.'
Tv en radio
Dat betekent dat ondanks alle extra opvangplekken toch nog erg veel mensen de nacht op straat doorbrengen. Het is allerminst evident om alle betrokkenen te vinden én te informeren. 'We proberen iedereen zo goed en zo kwaad als mogelijk in te lichten', klinkt het op De Blocks kabinet. 'Maar die mensen kijken natuurlijk geen tv en luisteren niet naar de radio. Alles moet via mond-tot-mondreclame, vaak ook via de hulpverleners. Maar dat is niet evident.' Bij De Block hopen ze dat meer mensen de weg naar de hulpverlening vinden. Hoe dan ook blijven de extra plaatsen beschikbaar zolang de vrieskou aanhoudt.
Maggie De Block krijgt intussen nog altijd de steun van de regering. Maar ook gisteren was het weer opvallend dat Open VLD-vicepremier Vincent Van Quickenborne zowat als haar woordvoerder optrad. Open VLD wil iedereen de lust ontnemen om er nog maar aan te denken het ontslag van De Block te vragen. 'De regering regeert en Maggie De Block doet haar werk', zei Vincent Van Quickenborne gisteren. 'Ze heeft getoond dat ze de meerderheid en de oppositie kan overtuigen.'
Ondertussen kon De Block wel aankondigen dat ze iedereen die dat wou een bed heeft bezorgd. De vraag is namelijk kleiner dan verwacht. Van de 180 bedden in het pand van de Regie der Gebouwen in Molenbeek waren er slechts 105 bezet. Volgens De Block heeft dat te maken met een ingebakken schrik bij asielzoekers. 'Veel mensen verstoppen zich, uit schrik voor registratie', zei ze gisteren. 'Maar we móéten ze wel registreren. Anders weten we bijvoorbeeld niet hoeveel mensen in de Brusselse parken leven.'
Tv en radio
Dat betekent dat ondanks alle extra opvangplekken toch nog erg veel mensen de nacht op straat doorbrengen. Het is allerminst evident om alle betrokkenen te vinden én te informeren. 'We proberen iedereen zo goed en zo kwaad als mogelijk in te lichten', klinkt het op De Blocks kabinet. 'Maar die mensen kijken natuurlijk geen tv en luisteren niet naar de radio. Alles moet via mond-tot-mondreclame, vaak ook via de hulpverleners. Maar dat is niet evident.' Bij De Block hopen ze dat meer mensen de weg naar de hulpverlening vinden. Hoe dan ook blijven de extra plaatsen beschikbaar zolang de vrieskou aanhoudt.
Maggie De Block krijgt intussen nog altijd de steun van de regering. Maar ook gisteren was het weer opvallend dat Open VLD-vicepremier Vincent Van Quickenborne zowat als haar woordvoerder optrad. Open VLD wil iedereen de lust ontnemen om er nog maar aan te denken het ontslag van De Block te vragen. 'De regering regeert en Maggie De Block doet haar werk', zei Vincent Van Quickenborne gisteren. 'Ze heeft getoond dat ze de meerderheid en de oppositie kan overtuigen.'
De asielzoeker is niet meer dan een klant
Asiel en migratie is niet alleen een kwestie voor Maggie De Block (Open Vld) maar ook voor Geert Bourgeois (N-VA). Dat stelt Danny Wildemeersch, hoogleraaraan het Lab voor Educatie en Samenleving van de KU Leuven.
De 'wintercrisis' van de voorbije dagen bracht opnieuw de tekortkomingen van het federale opvang- en asielbeleid van de voorbije jaren aan het licht. Staatssecretaris De Block mocht de kastanjes uit het vuur halen in de media. De steeds weerkerende crisissituaties maken duidelijk dat dit maatschappelijke probleem duurzame oplossingen noodzakelijk maakt, niet alleen op het federale maar ook op het gewest- en gemeenschapsniveau.Drie jaar geleden, tijdens mijn vakantie in Oostende, stelde ik vast hoe tientallen mensen zonder papieren in het Maria Hendrikapark schuilden voor de regen. Het plaatselijke CAW (centrum algemeen welzijnswerk) bood voedselpakketten aan en de mogelijkheid om te douchen. Het CAW ging uit van het basisrecht van iedere mens in nood om geholpen te worden, en van de morele plicht van het welzijnswerk om die nood te lenigen. Ondertussen paste de plaatselijke politie, op instructie van de gemeentebestuurders, een heel andere strategie toe. De asielzoekers werden opgepakt en gedurende 24 uur in hechtenis genomen, of gewoon met een politiecombi de stad uit gezet. De bedoeling van de actie was de toeloop van asielzoekers in te dammen.
Die twee uiteenlopende strategieën zorgden in de loop van de voorbije jaren in Oostende voor nogal wat spanningen tussen het gemeentebestuur en het CAW. Zo'n centrum is voor zijn subsidies in belangrijke mate afhankelijk van het plaatselijke bestuur. Om de opdracht van welzijnsbevordering te kunnen realiseren, is voldoende autonome handelingsruimte ten aanzien van de politieke opdrachtgevers wenselijk. En daar hebben die opdrachtgevers het dikwijls moeilijk mee, zeker op het conflictueuze terrein van migratie en integratie. Dat blijkt ook nu weer uit de wijze waarop de bestuurders in Vlaanderen in de toekomst de integratiesector wensen te herstructureren.
Postdemocratisch
De Vlaamse regering keurde onlangs een conceptnota goed waarin de herstructurering van de integratie- en inburgeringssector wordt aangekondigd. Volgens de plannen is er nu nood aan meer coherentie, een geïntegreerde werking, een centrale aansturing vanuit het Vlaamse beleid en een meer vraaggestuurde aanpak. Een centraal instrument daarbij is de installatie van het Agentschap Integratie en Inburgering. Dit is een EVA, of een extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, dat uitvoering geeft aan het integratie- en inburgeringsbeleid van de Vlaamse overheid op basis van een beheersovereenkomst met de bevoegde minister.
Het Kruispunt Migratie en Integratie (het vroegere Vlaams Minderhedencentrum, VMC) ondersteunt momenteel de lokale integratiediensten. Het Kruispunt is de verzameling van onthaalbureaus, integratiecentra, sociale tolk- en vertaaldiensten, huizen van het Nederlands, de Vlaamse tolkentelefoon en veertig lokale integratiediensten. De bestuurders van het Kruispunt maken zich zorgen over de hervormingsplannen. Gevreesd wordt voor een groot verlies aan autonomie van de sector, omdat die ertoe gedwongen wordt in eerste instantie het beleid van de overheid uit te voeren en te legitimeren. De ontwikkeling lijkt de stelling te bevestigen van vele prominente sociaal-wetenschappelijke onderzoekers dat we in een postdemocratisch tijdperk zijn aanbeland. De plannen tot hervorming van de sector weerspiegelen een beleidslogica die haaks lijkt te staan op een democratische logica.
De beleidslogica wordt tegenwoordig bijna exclusief geïnspireerd door het nieuwe managementsdenken, met als centrale kern de relatie tussen dienstverlener en klant. Alle sectoren van het maatschappelijke leven zijn er ondertussen mee vertrouwd. Wat oorspronkelijk bedoeld was om de effectiviteit, de efficiëntie en de competitiviteit in de profitsector aan te scherpen, heeft zich momenteel van hoog tot laag verspreid in alle sectoren van de non-profit en de publieke sector: welzijn, cultuur, zorg, openbaar bestuur, publieke media, enzovoort.
Het nieuwe managementsdiscours doordringt het handelen van alle actoren die het beleid vormgeven en uitvoeren. Wil je middelen krijgen van de overheid om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de samenleving en haar burgers, dan moet je je inpassen in dat managementsverhaal. Zo ook de sector van integratie en inburgering.
Die beleidslogica lijkt plausibel. De schaarse overheidsmiddelen moeten op verantwoorde wijze worden ingezet met het oog op een maximaal rendement. Niet de verantwoording van de inzet van de schaarse middelen op zich is een probleem. Problematisch is dat verantwoording in toenemende mate begrepen wordt als een managementsverhaal. En in dat verhaal is de burger niet langer een politiek subject, maar een klant die recht heeft op 'goed bestuur' en in ruil daarvoor actief participeert in de samenleving.
Volgens de nota zullen in de toekomst woonwagenbewoners, asielzoekers en eerste- en tweedegeneratiemigranten door het Agentschap worden aangesproken als individuele klanten die worden begeleid naar "zelfwerkzaamheid en aansluiting bij het reguliere aanbod van organisaties, diensten en lokale besturen". Zo wordt de dienstverlening een contractuele aangelegenheid. De integratiedienst ondersteunt de klant in zijn emancipatietraject (bijvoorbeeld het verwerven van de Nederlandse taal, het vinden van een job). In ruil daarvoor zet de klant zich in als actieve burger: bevordert mee de sociale cohesie, integreert zich in de arbeidsmarkt en is bovenal zelfredzaam. Voor wat, hoort wat.
Nood aan debat
Terwijl emancipatie vroeger een politiek project van strijd tegen onrecht was, lijkt het nu in de ogen van de overheid op het individuele traject van een klant die gebruikmaakt van een efficiënte dienstverlening, zodat hij volwaardig lid kan worden van de gemeenschap. Politiek wordt herleid tot 'goed bestuur'. Democratie is samenspraak, binnen de contouren van de na te streven consensus. Die gerichtheid op consensus is de kern waar het in de postpolitieke visie op democratie om draait. Er wordt een samenleving verbeeld - de warme samenleving - waar we allen samen zo veel mogelijk naar streven. Conflicten en tegenstellingen worden opgelost met behulp van sociaal-technologische vormen van management.
Maar is het nastreven van consensus waar het in de democratie om gaat? Critici van de postpolitieke samenleving wijzen erop dat democratie altijd gaat over de erkenning van het verschil, over dissensus, conflicten en (ant)agonismen. Willen we dat het integratieproces democratisch en niet louter technocratisch is, dan kan het niet dat de integratiesector herleid wordt tot een louter verlengstuk van het beleid. De welzijnssector in het algemeen en de integratiesector in het bijzonder hebben nood aan autonomie om zich, op basis van hun eigen professionele deskundigheid én hun opvattingen over gerechtigheid, te verantwoorden tegenover het beleid én tegenover de samenleving. Ruimte voor levendige en respectvolle tegenspraak is daarbij wezenlijk.
In het debat over de conceptnota is het van belang dat de discussie niet wordt ingeperkt tot het hoe, het wat en het waar van een agentschap. Een ruimer debat is nodig over de verbindingen en afbakeningen van de verschillende sectoren actief in het domein van integratie en inburgering, over de autonomie van de diensten in relatie tot het beleid, over gevarieerde vormen van verantwoording ten aanzien van het beleid én de samenleving, en ten slotte over de betekenis van pluralisme in de context van integratie en inburgering.
Deze opiniebijdrage werd mee ondertekend door volgende professoren en assistenten van de KU Leuven: Jan Masschelein, Maarten Simons, Stefan Ramaekers, Joke Vandenabeele, Joris Vlieghe, Ilse Geerinck, Nick Schuermans, Nancy Vansieleghem (UGent), Toon Braeckman, Tim Heysse, Rudi Laermans.
Abonneren op:
Posts (Atom)